Terug naar gedichten
Niet voor de poes
Volkomen gestolen
geven mijn longen het op
wanneer alle spieren in mijn borstkas
spontaan stoppen te ontspannen.
Mijn blik vreet je op met huid en haar
als was je een klein vrolijk gekleurd vogeltje,
druk doende met haar ding
met die onbespied gewaande bevlogenheid
van kleine vrolijk gekleurde vogeltjes. Zouden onze blikken nu kruizen
ben ik bang dat je verdrinkt
in de diepte van mijn staren.
