Terug naar gedichten
Loverboy
Hij was zo mooi en knap,
Maar het was een grote grap.
Hij zei tegen mij ik hou van jou,
Me moeder vergat ik daardoor gauw.
Ik werd gebruikt als mannenvoer,
Ik was al die tijd al zijn hoer.
Ik had geen enkele emotie meer,
Dat deed me moeder zeer.
Mijn leven ging kapot,
Achteraf is het allemaal rot.
Ik vond het leuk dat mannen gefluit,
Ik kon er gewoon niet meer uit.
Ik was bang dat ik werd vermoord,
Al die tijd heeft niemand mij gehoord.
Als ik bij hem was dan was ik bang,
Want ik wist zijn rang.
Ik wil bij hem weg,
Maar ik weet niet hoe ik dat tegen hem zeg.
Ik werd zwanger,
En daardoor ook steeds banger.
Ik wilde abortus plegen,
Ik kon alleen hopen op een zegen.
Hij is een tijdje weg,
Dit is het moment dat ik het tegen me moeder zeg.
Ik ben nu nog steeds bang dat ik hem tegen kom,
En dat ik eraan moet denken hoe alles begon.
Maar ik ben nu vrij,
En daarmee ben ik blij.