Terug naar gedichten
Treurwilg
Treurwilg
Gebogen over mijn schaduw
sta ik geketend aan verdriet
er zijn mensen die mij passeren
maar echt zíen doen ze me niet
wat geweest is lijkt oneindig
tikte traag aan mij voorbij
ik beef bij de gedachten
hoelang het héden nog zal zijn
Zonder erg warme kleding
tikt de vorst weer op mijn rug
en bevriezen stil mijn handen,
hoor ik wind die naar me zucht
En hier sta ik, in mijn eentje
daar vervliegt mijn laatste hoop
om mij voor even te verlaten
maar weer terugkeert met de zon.