Terug naar gedichten
Tovenaarskunst
De tovenaar is aan het werk:
de wind verspreidt zijn zaad;
ik ben vruchtbare aarde:
't leven roert zich al in mij.
Zijn omhelzing is beschermend:
in kalmte rijpt de vrucht;
in veilige behuizing
de bundeling van zijn kracht.
Zijn hand een geruststellende:
die barenswee?n sust;
diepste pijn vervliegen doet
bij het zien van zijn geluk.
Ik herken in hem de vader:
zijn kind is de mijne;
zijn betoverende spel
de verwekker van mijn kind.
