Terug naar gedichten
Contact
Met al onze antennes op
en wijd open ontvangers;
zielen die elkander raken,
behoedzaam, liefdevol.
In die verre, stille wereld,
waar niemand komt, behalve wij;
volkomenheid, bevrediging,
het uitzicht grenzeloos.
We sprokkelen ons eigen hout,
houden elkaar's vuren brandend;
we bezaaien ons eigen land,
maar oogsten voor elkaar.
We weten: 't is de god in ons,
die ons brengt in zo een wereld;
ons elkaar's honger stillen doet,
elkaar's dorst doet lessen.
