Terug naar gedichten
Liefdesbrief I
Ik leef je Lief, liever, liefst. Het lied riedelt door. Al
moet de postwolf in hartje winter op stal. Golven de melodieën stil als het stormt en de afgrond me roept.
Dragen rauwe randen onze zielsvruchten. Ik hou van jou en mijn zoon {ofcourse} gevormd in deze schoot. Moeder zijn, hoe wonderlijk. Ik zucht, blaas, bemin.
Tot mijn laatste ademstoot, blowing you up in the wind. Zing met de zwanen, al gak, gakken, kakelen ze teveel, naar mijn idee. Als deze minstreel maar klinkt. Ik lieg.
Biecht 't op: Het is me niet op het lijf geschreven deze brief te schrijven. Ik mis drama in elk woord. Wil het zogenaamde grieven met je delen, de triestheid en zo.
Het leven jokkebrokken. Tornado’s opwekken, halve waarheden vertellen, zwerven over harde stenen paden van de ziel. Al zit ik gewoon vrolijk hier, mens te wezen.
Hihi, ach, je kent me, van de beesten afkomstig. Later lach ik rozen. Droom lover en tover nog wat rode wijn toe. Het gaat erom dat ik je leef Lief, liever, liefst. Toch mijn schat?
30 januari Amanda