Terug naar gedichten

Dansen tussen de tulpenbollen

Herfstbladeren knisperen in mijn hand,
het wolvenjong is me ontgroeid.
Er bloeien al sneeuwklokjes in het niemandsland.
Donzige vogels trippelen, gisteren is verdwenen.
Net als het Hof van Eden: De fata morgana die ik me inbeeldde.

De lente lacht cadans, de anarchie van de natuur.
Hier wordt een oase gevormd; vol vuurbloemen, distels,
nachtvogels, glimwormen. En ik, ik dans met strontvliegen.
Vlinder met de regenboogman, nog eenmaal, andermaal,
tot de wintervorst ons pad zal kruizen, kale wegen stormt.
De geschiedenis zich herhaalt:

Donderkinderen in het licht van de morgenzon weer thuiskomen.

22 februari 2007 Amanda

reageer

Amanda Visch

06-03-2007

Amanda Visch

Geregistreerd op:
01 november 2006

Beoordeling

Leden (4):

6.0

Stemmen

Je bent niet ingelogd:



Ben je nog geen lid, klik dan hier om je aan te melden

Reageren op dit gedicht

Je bent niet ingelogd:



Ben je nog geen lid, klik dan hier om je aan te melden