Terug naar gedichten
Dat beeld
Dat beeld… Ik zal het nooit vergeten, of het mezelf kunnen vergeven. Hoe ze naar me keek, hoe wanhopig ze leek. Hoe ze schreeuwde om hulp…
Ik heb het wel geweten, hoe ze werd gekweld. Ze had het me meer dan eens verteld. Hoe stom kon ik zijn haar niet te willen geloven, haar geen hulp heb kunnen beloven. Het klonk zo ongelovig in me oren, nee, ik wilde het gewoon niet horen. Het kon gewoon niet waar zijn…
Ik hoorde haar geschreeuw, ik voelde haar pijn. Ik wilde bij haar komen, ik wilde bij haar zijn. Maar ik kon het niet…
Hij was me beste vriend, ik kende hem ontzettend goed. Ik vertelde haar dat hij het vast niet zo had bedoeld. Ze kreeg tranen in haar ogen, ze smeekte me nog om haar te geloven. Maar ik had haar al de deur gewezen, ik heb haar laten gaan. Had ik dat maar nooit gedaan. Ik was haar enige hulp…
Haar pijn, haar geschreeuw. Ik hoor het elke dag. Net of god me wil straffen, dat ik het nooit vergeten mag… Of ik dat ook ooit kan…
Het leek een gewone dag, maar werd er een die ik nooit vergeten zal. Het werd een dag die ik nooit had verwacht. De duisternis viel al snel in, het werd nacht. Opeens hoorde ik een gil en veel gelach. Ik liep naar het raam. Maar ik wist niet wat ik zag, het was haar…
Ik heb het gewoon laten gebeuren, ik heb niets gedaan. Het gebeurde gewoon voor me neus, maar ik heb haar van deze wereld laten gaan. Ik was verstijfd van angst…
Ze is gewoon bedreigd, mishandeld en in elkaar geslagen, of ze niets was… Het kon ze ook niets schelen, dat ze van de wereld is gegaan. Het kon hun niets schelen, wat ze haar hadden aangedaan. Alleen omdat ze anders was…
Ze heeft zo lang in angst gezeten, ze was zo bang. Zo veel pijn, het duurde veel te lang. Het is voorbij. Voor altijd…
Waarom heb ik haar smeken niet verhoord. Ze hebben haar gewoon voor mijn ogen vermoord. Ik hoorde haar geschreeuw, ik voelde haar pijn. Ik wilde bij haar komen, ik wilde bij haar zijn. Maar ik kon het niet…